Witgoud of roségoud pavé: wat de zetting met de steen doet
Twee paar oorbellen, dezelfde steensoort, hetzelfde karaatgewicht en dezelfde diameter van 4,7 mm. Toch leest het ene paar kouder en witter dan het andere. Dat komt niet door de diamant, maar door het metaal eromheen.
Wij voeren precies twee producten met natuurlijke diamant: de 14K witgouden pavé oorbellen en de 14K roségouden pavé oorbellen. Beide zijn massief 14K goud (585), pavé gezet met ronde briljanten van kleur G en helderheid SI2, en beide komen uit op 0,084 ct totaal. De enige variabele is de kleur van het goud. Deze gids laat zien wat die variabele met de steen doet.
1. Bij pavé zie je evenveel metaal als steen
Pavé betekent dat kleine diamanten dicht naast elkaar in een raster staan, vastgehouden door piepkleine kraaltjes metaal. Samen lezen ze als één schitterend vlak in plaats van als losse stenen.
Bij een solitaire kijk je naar één steen en is de zetting bijzaak. Bij pavé op een vlak van 4,7 mm loopt het metaal over het hele oppervlak mee, letterlijk tussen elke twee diamanten in. Daarom bepaalt de kleur van dat metaal hoe wit de stenen ogen.
Dit zijn de enige twee stukken in de diamantcollectie waar zowel het metaal als de stenen echt zijn. Al het andere in de winkel werkt met moissanite of zirkonia.
2. G en SI2 in gewone taal
Beide paren dragen dezelfde gradering: kleur G, helderheid SI2.
G zit in de bovenste helft van de bijna kleurloze reeks. Naast een volledig kleurloze steen zie je met moeite een spoortje warmte, los gedragen ziet niemand het. SI2 betekent insluitsels die je onder een tienvoudige loep kunt vinden. Op steentjes van dit formaat zijn ze met het blote oog niet te onderscheiden, in geen van beide metalen. Je betaalt dus niet voor zuiverheid die je toch niet ziet.
Hoe deze gradering zich verhoudt tot de D-kleur en VVS-helderheid van moissanite staat in moissanite tegenover diamant bij stud oorbellen. Hier gaat het om iets anders: wat de zetting met diezelfde G en SI2 doet.
3. Wat 0,084 ct is op oorbelformaat
Een karaat is 0,2 gram. 0,084 ct is dus 16,8 milligram diamant voor het paar, oftewel 8,4 milligram per oor. Je hebt bijna twaalf van deze paren nodig om samen aan één karaat te komen.
In solitairetermen is dat weinig. Op pavé werkt het anders: dat gewicht ligt niet in één punt maar uitgesmeerd over het hele vlak van 4,7 mm, en zichtbaar oppervlak is precies wat je op een oorlelletje ziet staan.
Meteen de eerlijke kant. 0,084 ct is melee, het handelswoord voor kleine steentjes, en melee is geen belegging: deze oorbellen houden hun waarde niet vast en er is geen wederverkoopmarkt voor steentjes van dit formaat. De waarde zit in het massieve 14K goud en in het feit dat je ze elke dag in kunt laten, niet in doorverkopen.
4. Witgoud tegenover roségoud: de kern
Een diamant neemt aan zijn randen altijd iets van de kleur van zijn zetting over. Bij een losse steen zie je dat nauwelijks. In een pavé raster, waar metaal en steen elkaar om de millimeter afwisselen, zie je het meteen.
Witgoud werkt koel. Het metaal heeft geen warmte af te geven, dus de steentjes blijven aan de randen wit en het geheel leest helderder. Wit metaal en witte steen liggen bovendien dicht bij elkaar, waardoor het raster grotendeels uit beeld verdwijnt en je één doorlopend schitterend vlak ziet. Dat is de strengere lezing van pavé, en de keuze die aansluit bij zilver in je andere sieraden.
Roségoud werkt warm. Het koper in de legering geeft het metaal een warme tint, en die neemt het minimale spoortje warmte van een G-kleur op in het geheel. In plaats van op te vallen, valt het weg. Daar komt bij dat warm metaal zich duidelijk aftekent tegen het wit van de stenen, dus je ziet het patroon van de zetting in plaats van dat alles in elkaar overloopt.
Kort gezegd: wil je één egaal wit vlak, neem dan witgoud. Wil je dat de zetting zichtbaar blijft en de steen warmer meeloopt met je huidtoon, neem dan roségoud. Dat verschil kun je in de spiegel controleren, en het is de enige zinnige reden om tussen deze twee te kiezen.
5. Massief 14K tegenover een laag eroverheen
14K is 585, oftewel 58,5% goud. De rest maakt het metaal draagbaar, want puur goud is te zacht. Bij roségoud is dat vooral koper, en koper is harder dan zilver. Roségoud van hetzelfde karaat is daardoor iets steviger, en bij een dicht raster van kleine steentjes is dat precies de eigenschap die je wil.
Het verschil met verguld werk is fundamenteel. Bij 18K verguld ligt er één micron goud over een kern van 925 sterling zilver, en dat laagje is per definitie eindig. Bij massief 14K is het goud het sieraad zelf: er kan niets doorheen slijten, want er zit niets anders onder. Een juwelier kan de zetting bijwerken of de studs laten polijsten, ook over tien jaar.
Het metaal heeft daarmee materiaalwaarde. Maak daar geen belofte van waardebehoud van, want dat is iets anders. Het praktische voordeel is dat deze studs niet verkleuren aan de achterkant en dat je ze in kunt laten zitten in plaats van ze elke avond af te doen.
6. Meer steen voor minder: de moissanite kant
Wil je vooral formaat op het oor, dan is diamant niet de logische route. Moissanite is siliciumcarbide, een eigen edelsteen die in een laboratorium wordt gemaakt. Het is geen diamant en geen imitatie: op de schaal van Mohs scoort hij 9,25 tegen 10 voor diamant, en de brekingsindex ligt met ongeveer 2,65 hoger dan de 2,42 van diamant.
Vier van onze oorbellen werken met VVS D moissanite, allemaal op massief 925 sterling zilver met witgoud plating, dus niet op massief witgoud. De ronde studs van 5 mm zijn de directe tegenhanger van de pavé studs, maar dan als één steen. De vierkante studs van 7,5 mm zijn de grote keuze: een vierkant heeft meer oppervlak dan een cirkel van dezelfde breedte. De cirkelstuds van 5 mm met halo zetten een krans kleine steentjes rond de grote, wat het totaalbeeld breder maakt. De hoops draaien mee, zodat er bij elke beweging een ander deel van de ronding licht vangt.
De volledige lijn staat bij de moissanite oorbellen. Eerlijk erbij: ook moissanite houdt geen waarde vast. Je koopt hem om te dragen.
7. Onderhoud: het is vet, niet slijtage
Als een pavé stud dof lijkt, is dat bijna nooit de steen. Diamant trekt vet aan, en handcrème en zeep verzamelen zich onder de zetting. Juist daar komt het licht binnen, dus een dun laagje aan de onderkant kost meer schittering dan een krasje bovenop.
Lauw water, een druppel milde zeep en een zachte tandenborstel langs de onderkant halen dat weg. Daarna drogen met een zachte doek. Gebruik geen ultrasoon bad en geen schuurmiddel: bij een dicht raster werk je dan tegen de kraaltjes metaal die de stenen vasthouden.
Controleer een paar keer per jaar met je nagel of alle steentjes nog vastzitten. Een steentje dat begint te bewegen kun je laten bijzetten voordat het weg is. Doe de oorbellen uit bij sporten en zwemmen.
Vier fouten die je meteen ziet
- Kiezen op karaat in plaats van op metaal. Beide paren zitten op 0,084 ct. Het enige wat je echt kiest is de kleur van de zetting.
- Roségoud aanzien voor een afwerking. Het is een legering, geen laagje. De warme tint zit in het metaal zelf en kan er nooit afgaan.
- Een pavé zetting in een ultrasoon bad leggen. Trilling en kleine kraaltjes metaal gaan slecht samen, en je merkt het pas als er een steentje mist.
- Melee kopen als belegging. Koop deze studs om ze te dragen. Alleen het massieve 14K goud heeft materiaalwaarde.
Waar begin je?
Draag je vooral zilver en witte tinten, en wil je één egaal schitterend vlak? Dan zijn de 14K witgouden pavé oorbellen de logische start.
Draag je goudtinten, of wil je dat de zetting zichtbaar blijft? Dan de 14K roségouden pavé oorbellen, die met een GDTC diamantcertificaat komen.
Wil je vooral formaat, dan kom je uit bij de moissanite collectie, met de vierkante studs van 7,5 mm als grootste stap. Wil je eerst breed rondkijken: alle stekers, hoops en halo modellen staan bij elkaar in oorbellen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen de witgouden en de roségouden pavé oorbellen?
Alleen de kleur van het goud. Beide zijn massief 14K (585), pavé gezet met natuurlijke ronde briljanten van kleur G en helderheid SI2 op 0,084 ct totaal, en beide meten circa 4,7 mm. Witgoud laat de stenen koeler en witter lezen, roségoud neemt de warmte op en laat het raster van de zetting zichtbaar.
Hoeveel is 0,084 ct in het echt?
Een karaat is 0,2 gram, dus 0,084 ct is 16,8 milligram diamant voor het paar, oftewel 8,4 milligram per oorbel. Bijna twaalf van deze paren halen samen één karaat. Bij pavé ligt dat gewicht verdeeld over het hele vlak van 4,7 mm in plaats van in één steen.
Zie je de SI2 insluitsels met het blote oog?
Nee. SI2 betekent dat de insluitsels onder een tienvoudige loep te vinden zijn. Op steentjes van dit formaat zijn ze met het blote oog niet te onderscheiden, in witgoud niet en in roségoud niet.
Kan de roze kleur van roségoud eraf slijten?
Nee, want het is geen laagje. Roségoud is een legering waarin koper voor de warme tint zorgt, dus de kleur zit door het hele metaal heen. Koper is bovendien harder dan zilver, waardoor roségoud van hetzelfde karaat iets steviger is.
Zijn deze oorbellen een investering?
Nee. 0,084 ct is melee, en voor steentjes van dit formaat bestaat geen wederverkoopmarkt. Het massieve 14K goud heeft materiaalwaarde, maar koop deze studs om ze dagelijks te dragen en niet om ze door te verkopen.
Hoe maak je een pavé zetting schoon?
Lauw water, een druppel milde zeep en een zachte tandenborstel langs de onderkant van de zetting, want daar komt het licht binnen en daar verzamelt het vet zich. Daarna drogen met een zachte doek. Geen ultrasoon bad en geen schuurmiddel.





